Aikido Jip en Janneke

Op een zonnige dag krijgt Jip ruzie op het schoolplein met een jongetje bij de schommel. “Hij wil er niet af,” zegt Jip boos tegen Janneke. Voordat Janneke iets kan zeggen, gaat de schoolbel. “Tijd om naar binnen te gaan,” zegt ze.

In de klas vertelt de juf over een speciale les. “Tim gaat een spreekbeurt houden over Aikido, en daarna krijgen we een speciale gymles van sensei Edo en Anne,” zegt ze.

 

Tim begint zijn spreekbeurt enthousiast over Aikido. “Het is een Japanse krijgskunst die vroeger door samurais gedaan werd, en dat er geen wedstrijden zijn in het Aikido omdat het geen vechtsport is, maar juist gaat om vrede.” zegt hij. “Morihei Ueshiba, de bedenker, vond samenwerken erg belangrijk.” Na Tim’s spreekbeurt klapt iedereen. “Snel omkleden, we gaan naar de gymzaal!” roept de juf.

In de gymzaal ligt een grote mat. “Kijk, een dojo,” zegt Tim. Sensei Edo en Anne staan al klaar. “Laten we beginnen met groeten, dat is wel zo beleefd.” Ze buigen netjes naar elkaar en gaan beginnen.

De les is spannend. Ze leren dat als je valt, moet rollen. ‘Je moet je kin op je borst doen’, zegt Tim. Dan wordt je zo rond als een bal en val je fijner. Ook leert hij hoe je iemand bij zijn arm kan pakken en op de grond kan leggen zonder pijn te doen. Je hoeft er niet eens sterk voor te zijn. 

“Kijk,” zegt sensei Anne met een glimlach, “als we ruzie maken, denken we alleen maar aan wat we zelf willen. Maar het is belangrijk om ook te denken aan wat de ander wil.” Jip en Janneke luisteren aandachtig. “In Aikido leer je om je in de ander te verplaatsen. Dan zie je de dingen anders en krijg je minder snel ruzie.” Jip denkt aan het jongetje op de schommel. “Had ik het anders kunnen doen?” vraagt hij zich af.

“Luister goed,” zegt sensei Edo op een rustige toon. “De allersterkste kracht die je hebt, heet in het Japans ‘Ki’. Dat is je innerlijke kracht.” De kinderen kijken nieuwsgierig. “Als je stil zit en diep ademhaalt, vind je die kracht vanzelf,” legt hij uit. “Soms, als je iets spannends doet of iets niet leuk vindt, houd je je adem vast. Dat is het moment om rustig te blijven en goed door te ademen. Dan komt deze kracht vanzelf naar boven. De kinderen proberen het. Jip voelt zich rustig en sterk. “Dit is gek,” fluistert hij naar Janneke. “Ik voel me echt kalm.”

Na de les bedanken ze sensei Edo en Anne. “Bedankt voor de Aikidoles,” zegt Jip. “We hebben veel geleerd,” voegt Janneke toe.

Na school rent Jip naar de schommel, maar het jongetje zit er alweer. Jip herinnert zich de Aikidoles. Hij vraagt rustig: “Waarom wil je steeds schommelen?” Het jongetje vertelt dat hij thuis geen schommel heeft. “Zullen we wedstrijdje verspringen doen,” stelt Jip voor.

Janneke kijkt bezorgd toe als Jip en het jongetje een schommelwedstrijdje houden. Ze ziet Jip door de lucht vliegen, maar voor hij valt, doet hij snel zijn kin op zijn borst en rolt door het gras. “Dat was op het nippertje,” zegt Janneke.

Thuis vertellen ze hun moeder over Aikido. “We hebben geleerd om vrede te bewaren en ons te verdedigen zonder pijn te doen,” zegt Jip. Moeder glimlacht. “Wat een mooie les. Misschien moet iedereen Aikido leren,” zegt ze. Jip en Janneke lachen. “Dat zou leuk zijn!”